| Inhalt | Lernmaterialien | Vokabeln | Medien | Veranstaltungen, dt., aktuell --- vorbei | Veranstaltungen, NL+B, aktuell --- vorbei | Links | Tandem | Extras | Anhang |
Nederlands
Informationen zur niederländischen Sprache und Kultur
Stand der Bearbeitung: 21.2.2004
Zuletzt bearbeitet: 16.6.2008
Het jaar van Hugo Claus
Hugo Claus wordt op 5 april 2004 75 jaar
Vraaggesprek met Hugo Claus
Hugo Claus in Amsterdam
Zum Tod von Hugo Claus
Neu übersetzt: "Der Kummer von Belgien"
Vokabeln: deutsch-niederländisch
Bron:
Paul Depondt: Het jaar van Hugo Claus. de Volkskrant, vrijdag, 13 februari 2004, blz. 21
'Ik ben geboren te Brugge op 5 april 1929,... en voor de rest schrijf ik boeken, toneelstukken, regisseer ik toneel en films...'
... Dit jaar wordt Hugo Claus 75; het wordt 'het jaar van Hugo Claus' met een feestelijke avond in Antwerpen en een literaire avond in Nederland...
...
Guido De Bruyn, medewerker van de Vlaamse televisie, maakt een documentaire tweeluik over Claus. Het leven en werk van Hugo Claus, dat aan de vooravond van Claus' verjaardag wordt uitgezonden, is een compilatie van televisie-interviews en fragmenten uit zijn film- en theaterwerk...
Omtrent Claus, De Bruyns tweede documentaire, is een internationale coproductie (Vlaamse televisie Canvas, RTBf, Avro, ZDF en Arte). Het is deels een documentaire, deels fictie...
...
'Ik rijmde meer dan ik sprak', dicht Claus in Adieu, een van de gedichten uit zijn nieuwe im maart verschijnen bundel In geval van nood.
'Ik vroeg om genade
voor dit tekstje
voor een heksje
Ik heb het gerooid! Parbleu!'...
s. auch: Gedicht von Hugo Claus: Perspectief aus
Extraseite: nachbarsprache niederländisch 2/2001
Hugo Claus wordt op 5 april 2004 75 jaar
Bron:
Interview Hugo Claus, schrijver.
Hugo Camps: 'Ik ben naakter en kwetsbaarder geworden'. Elsevier, 3 april 2004, blz. 34-36
De Vlaming Hugo Claus wordt op 5 april 75. En de kortsluiting in zijn hoofd is ook bijna verholpen. Tijd voor feest. Zijn bijdrage aan de festiviteiten is de dichtbundel In geval van nood. De angst voor de dood heeft hj onder controle: 'Alleen mensen die geloven, moeten rekening houden met wat er na hen komt.'
Hugo Claus: 'Soms moet ik naar het juiste woord zoeken, dan ben ik heel even radeloos'
Hugo Claus: 'Er zijn weinig dingen waarin ik geloof. Dus ook niet in de beschaving, nee'
...
Hugo Claus wordt op 5 april 75. Er staat hem een groots feest in Antwerpen te wachten. Kranten, weekbladen, radio en televisie smeekten de meester de voorbije weken om audiëntie. Om een retrograde orgie van leven en werk. Hij wil het niet weten...
...
Zijn persoonlijke bijdrage aan de festiviteiten is een nieuwe dichtbundel: In geval van nood. Op de achterflap schrijft Gerrit Komrij: 'Het werk van Claus is zo breed als de ziel diep is.' Daar kan de jarige mee leven. 'Vind je de titel mooi? Ik ben er wel gelukkig mee. Nee, deze bundel had ik dertig jaar geleden niet kunnen schrijven. De gedichten zijn thematisch en emotioneel onvergelijkbaar met al mijn vorige bundels. Ik heb nu voor het eerst de naakte banaliteit toegelaten. De syntaxis is anders. Het ziet er anders uit. Soms plaats ik leestekens, soms niet. Suzanne, mijn corrector bij de Bezige Bij, vroeg me: "Moet hier geen hoofdletter staan?" Nee, er moest geen hoofdletter staan. Ik wilde het zo naakt mogelijk houden, dat hoort bij deze gedichten. Laat de mensen dan maar denken dat een gedicht wemelt van de zetfouten. Ik gebruik ook rare woorden. In een van de meer etherische gedichten staat opeens "Nonkel Miele". Dat is mijn plezier, het plezier van een kind.
'Één zin die je in een lach houdt, daar doe je het voor. Een traantje laten mag ook. Je vindt het terug bij Shakespeare en Nikolaj Gogol. Mijn gelijken? Dichters kun je niet vergelijken, gedichten wel. De Oostakkerse gedichten werden destijds enthousiast ontvangen. Later heb ik nog een paar verzen geschreven, maar de domhoofden vonden dat het minder was. Gouden woorden werden uit het raar gegooid. Wie weet wat me nu weer te wachten staat. In geval van nood is lastiger voor de lezer, en lastiger voor mijzelf. Ik ben zelf ook naakter en kwetsbarder geworden. Zo mag je dat zeggen: deze bundel is meer met de dood op de hielen geschreven...
...
...
Dichter, schrijver van romans en toneel, filmregisseur, schilder, en dat meer dan een halve eeuw: het oeuvre van Hugo Claus is nog nauwelijks te overzien...
...
Vraaggesprek met Hugo Claus
Bron:
Piet Piryns: 'Ik ben te veel een flierefluiter geweest'. Vrij Nederland, 3 april 2004, blz. 22-27
'Een kinderziekte', noemt Hugo Claus de dood. Een vraaggesprek met een bijna vijfenzeventigjarige moet daar natuurlijk éék over gaan. Als er maar niet te lang gezeurd wordt over de gebreken van de oude dag. Goed, de schrijver moet nu proberen 'sneller te zijn dan zijn eigen hersenen'. Maar hij is absoluut niet zielig. 'Hulpeloosheid is een niet onaangename manier om je voort te bewegen in de realiteit.'
... 'Ik ben geboren in Brugge - weinig mensen weten dat - en wel door middel van keizersnede.'... Zijn vrouw Veerle, zijn uitgever en zijn vrienden in Antwerpen organiserern een feest in intieme kring - in zijn geval betekent dat nog altijd: tweehonderd genodigden.
... Deze week verschijnt eindelijk weer een nieuwe dichtbundel, onder de omineuze titel In geval van nood. Een bundel met honderzestig pagina's inktzwarte poëzie, volgens het aloude clausiaanse principe: 'Ik offreer niet één praline, il offreer een doos vol.'
Deze bundel werd door je uitgever al jaren aangekondigd en telkens opnieuw uitgesteld. Kon je hem niet uit handen geven?
'Ik had tijd en ruimte nodig. Zo heel veel poëzie zal ik niet meer publiceren. Ik wilde deze bundel dus graag nog iets beter maken dan je normaal al van mij kunt verwachten.'
Het is een grimmige bundel geworden.
'Vind je? Heb je niet een paar keer moeten giechelen? Kon er geen schamper lachje af? Mijn meesters zijn over het algemeen grimmig: ik houd van het proza van Evelyn Waugh en van de gedichten van de jonge Henri Michaux. Dramatische verzen, daar draaien we onze hand niet voor om...'
Waarin verschilt 'In geval van nood' van je vorige werk?
Ik vermoed dat mijn poëzie schriller van toon is geworden. Ik heb deze bundel een Italiaans zinnetje als motto meegegeven: con leggerezza pensosa. Beter kan ik het niet zeggen: de lezer moet het maar opzoeken in zijn Italiaans-Nederlands pocketwoordenboek. Ik heb gestreefd naar poëzie die krakkemikkig én lichtvoetig is. Dat is zowat het moelijkste dat er is, je krijgt het niet in de schoot geworpen: om het lichte te ambiëren, moet je toch eerst de wereld en zijn hinderlagen een beetje gefrequenteerd hebben.'
Is het lichtheid van Mozart die je nastreeft od van Satie?
...
'Hoe dichter de dichters bij hun sterven geraken / des te grimmiger kermen zij naar de sterren', schreef je ruim tien jaar geleden al. In je nieuwe bundel is de dood nooit ver weg.
...
Hoe stel je je de dood voor?
...
Er staat ook een expliciet gedicht over euthanasie in.
...
Wat is je favoriete moment van de dag?
...
Toen je zeventig werd, sprak je uitgebreid over je angst voor alzheimer. Heb je die angst nog altijd?
...
Wat was er precies aan de hand toen je op het podium die black-out kreeg?
...
Afgelopen zomer lag je in Marseille opnieuw drie weken in het ziekenhuis, met een tweede langontsteking.
...
'Vervloekte zuiderse hitte', schrijf je in je nieuwe bundel. Je huis in de Provence staat te koop.
We gaan niet meer terug naar Frankrijk, nee. Ik mag van de dokter absoluut niet in de zon, dus de lol van in het zwembad stoeien is er niet meer bij. En die cipressen zal ik ook niet missen: de natuur heeft mij nooit zo beziggehouden. Eigenlijk interesseert de natuur mij alleen om er gedichten over te schrijven.'
In die gedichten heb je het over 'de natuur met haar klodders en haar vodden'.
'Zo zeg je dat toch in het Vlaams: ze heeft haar vodden? De natuur is een onrechtvaardig fenomeen natuurlijk, een spotzieke tante die je niet moet tarten, zeker niet als ze haar maandstonden heeft - dat kan de eerste de beste alpenklimmer je vertellen. Ik blaf haar af. Misschien ligt de verklaring daarvoor wel opnieuw in mijn kindertijd: in het contrast tussen de duffe, grauwe werkelijkheid van de kostschool en al die mooie verhaaltjes van de nonnen over de wonderen van de natuur.'
Klopt het verhaal dat je nu aan zee wilt gaan wonen?
...
Schrijf je nog proza?
'Al bijna tien jaar niet meer. Dat kunnen we zo niet laten! Ik verzamel schilfers, fragmenten van zinnen die ooit ergens een plek moeten vinden. Maar mijn geheugen speelt mij parten. Als ik een kruiswoorraadsel oplos, staat bijvoorbeeld: opening in het bos, drie letters. Dat weet ik: tra! Het probleem is dat ik het al vergeten ben voor ik het heb ingevuld. Ik moet proberen als het ware sneller te zijn dan mijn eigen hersenen. Het klinkt heroïscher dan ik het bedoel, maar ik moet er voortdurend voor zorgen dat ik niet wegwaai door me krampachtig vast te schroeven in mijn gedichten. (lacht) Ik, de ridder van rare woorden.'
Dichten is een manier om de greep op de werkelijkheid niet te verliezen?
'Op het moment dat ik dicht wel. Het is niet dat ik encyclopedisch alles wil verzamelen. Het is meer; hoe overwin ik mijn schrik?'
Waarom doet een mens zichzelf dat aan?
...
Terwijl je altijd zo'n trotse man was.
...
Je zegt, met J.C. Bloem: 'En dan, 't had zoveel erger kunnen zijn'?
...
Heb je wel eens vlagen van melancholie?
...
Nogal wat gedichten uit 'In geval van nood' hebben iets van een nachtmerrie.
'Ik heb altijd veel nachtmerries gehad, al wordt het de laatste tijd gelukkig wat minder. Mensen komen krijsend op me af, versnellen hun pas, zwiepen met een bijl. Ik sla een glazen deur in. Veerle heeft 's nachts al heel wat te verduren gehad. Toen ik ooit eens met Cees Nooteboom ergens logeerde, lag hij te klappertanden van angst toen hij opeens een hels geschreeuw hoorde - hij wist niet welk dier daar tekeerging.'
Is het schrijven van poëzie te vergelijken met een droomtoestand? Je gaat aan de schrijftafel zitten en je weet niet waar je gedachten je heen voeren?
'Min of meer. Maar je moet het niet verwarren met écriture automatique. Dat is het terrein van het spel, een spel zonder regels dat spannend en boeiend is voor één regenachtige achternamiddag, maar ook niet meer dan dat. Gelukkig zit er altijd een vontrolleur in mijn bast, die de boel een beetje in de gaten houdt. Wie dat is, kan ik niet zeggen - maar het is duidelijk iemand anders. Er bestaat zoiets als een lyrische logica, althans: ik heb wel eens iets ervaren dat daarop lijkt. Om een gedicht te schrijven, maar ook om een gedicht te lezen, moet je de normale logica uitschakelen: niet alleen de logica van Descartes, maar ook die van de dadaïsten. Tzara en Arp hadden binnen de kortste tijd ook hun eigen dogma's uitgevaardigd, waardoor je álles moest zien door een vervormde spiegel.'
Sta je wel een te kijken van je eigen gedichten?
'Dat gebeurt. Wat een dichter moet nastreven en vereren is de verwondering, die - zoals je weet - vóór het denken komt. Het vermogen om geïnteresseerd te raken in woordspelletjes, woormuziekjes, het hele arsenaal dat je nodig hebt om te dichten.'
Nogal wat schrijvers voelen zich gemankeerde componisten. Om met Jeroen brouwers te spreken: 'De muziek is de adelaar on de kunsten, de literatuur de mus.'
'De mus? De pinguïn zal hij bedoelen! Natuurlijk kan een gedicht niet zonder klank en ritme. Maar dat muziek de hoogste kunstvorm zou zijn, hoor ik al veertig jaar. Terwijl ik me net zo goed kan voorstellen dat een mathematicus in tranen uitbarst bij een wiskundige formule, gewoon omdat iets zo anweerlegbaar, zo onweerstaanbaar vastligt.'
Wat ontroert jou nog?
...
Kunst?
...
Er staat nauwelijks liefdespoëzie in je nieuwe bundel. Herman de Coninck schreef ooit dat Claus als liefdesdichter toch meer de dichter van de geilheid is dan van de tederheid. Heeft het daarmee te maken?
'Met mijn leeftijd, bedoel je? ...'
Streef je naar helderheid in je poëzie? Of moet het duister blijven?
'Het moet duister én heel zijn. Bij het gedrag van Gerard Reve vragen mensen zich eens af: is hij gek, of doet hij alleen maar gek? En het is altijd én-én. Het moet altijd gemengd zijn: het mag niet teveel een kopie van de werkelijkheid zijn, maar er moet toch voldoende van de realiteit doorschemeren - zelfs al is die volkomen geabstraheerd. Wie dat in zijn leven mooit heeft aangevoeld, heeft veel gemist.'
Je was nooit zo'n maatschappelijk geëngageerd dichter. Maar in 'In geval van nood' staat één bijzonder kwaad gedicht over de moord op Loemoemba.
...
In een interview zei je ooit: 'Minstens vijftig procent van de mensheid is crapuul.' Denk je dat nog altijd?
...
In 'Goepsportret', dat verschijnt ter gelegenheid van je verjaardag, zijn duizenden van je uitspraken uit meer dan een halve eeuw interviews alfabetisch geranschikt. Het resultaat is af en toe hilarisch. Je speelde altijd graag spelletjes met je interviewers, je hebt je er vaak met een jantje-van-leiden van afgemaakt.
...
Hoe zou je de Claus omschrijven die uit die oude interviews naar voren komt?
... Ik vrees dat ik ook in mijn romans, mijn verhalen en mijn toneel is natuurlijk Beckett, die zoals je weet een vrolijke dronkaard was en verschillende maîtresses had, maar wel de discipline had om als hij achter zijn schrijftafel zat drie dagen op één alinea te zwoegen. Ik daarentegen...'
... ben te veel een flierefluiter?
'Ik ben te veel een flierefluiter gewéést. Dat doe je niet ongestraft. Ik had voor mijn dertigste mijn schade moeten inhalen en echt gaar studeten, maar ik had nooit geleerd hoe dat moest. Toen ik dertig was, was het al verpest. Soms stel ik me voor dat ik voor een rechtbank moet verschijnen. De rechter zegt: tussen uw zoveelste en uw zoveelste levensjaar is er niets belangwekkends verschenen van uw hand, omdat u zonodig achter de dames aan moest zitten, en polemische brieven moest schrijven waaruit u nog stommer te voorschijn komt dan u bent.'
Maar de beklaagde betuigt geen spijt?
'Geen sprake van. En de officier van justitie zal niet nalaten daar op te wijzen.'
Deze week wordt uw vijfenzeventigste verjaardag uitbundig gevierd. Ondergaat u al die feestelijkheden met frisse tegenzin?
...
Ter gelegenheid van Claus' vijfenzeventigste verjaardag verschijnen bij De Bezige Bij:
'In geval van nood', nieuwe gedichten, 160 p., 26,50 Euro
'Groepsportret', een keuze uit vijftig jaar interviews, bijeengebracht door Mark Schaevers, 460p., 25 Euro
'Gedichten', alle gedichten samengebracht in cassette, 75 Euro (tot 1 juli), daarna 95 Euro
'De romans', alle veertien romans verzameld in vier paperbacks en uitgegeven in cassette, 75 Euro (tot 1 juli), daarna 95 Euro
'Het verdriet van België', tijdelijk in prijs verslaagd, 7,50 Euro van 1 tot 30 april
Hugo Claus in Amsterdam
Jef Geeraerts: 8 januari 1975. HUGO CLAUS' SABBATSJAAR IN AMSTERDAM. 'De koning will met mij niet meer praten'. Knack speciaal. 50 jaar roularta (1954-2004), 8 december 2004, blz. 22-25
Hugo Claus ontvangt ons koninklijk in zijn suite die hij met Sylvia Kristel, de pas geboren filmster (Emmanuelle), betrekt in het Doelenhotel te Amsterdam. De suite heeft de afmetingen van een balzaal. Schilderijen, zijde, tapijten, Empire-meubelen, kristallen kroonluchters. Kelners serveren koffie en cognac. Claus is slank, ontspannen, alert.
Schrijvers onder elkaar
In 1975 is Hugo Claus amper 45 jaar oud, maar toch al opgeklommen tot de status van een lieteraire halfgod. Hij heeft Vlaanderen de rug toegekeerd nadat zijn pogingen om directeur te worden van de Gentse schouwburg op niets zijn uitgelopen en de première van zijn toneelstuk Leven en werken van Leopold II tot grote commotie heeft geleid. 'Het is voornamelijk een sfeer die mij niet bevalt, een sfeer van inertie, zelfgenoegzamheid, angst, schaamte ook iets wat de mensen verlamt.' Claus vestigt zich metterwoon in Amsterdam, waar hij bekendstaat als de Vlaamse Reus. 'Een konijnras', zegt hij zelf. Vooral zijn relatie met de veel jongere filmdiva Sylvia Kristel bezorgt hem een plaats in de chronique scandaleuse van die dagen. Kristel gaat uit de kleren in wufte films als Emmanuelle (I, II en III), die wereldwijde kaskrakers worden. Claus chaperonneert zijn geliefde op haar vele reizen, hij schrijft niet meer, heeft een Cadillac met chauffeur en staat slechts bij hoge uitzondering interviews toe. Dat is ongeveer de situatie als Claus 1975 zijn collega-schrijver Jef Geeraerts op bezoek krijgt...
Michaël Zeeman: De meester-speler. 1929-2008
Het immense oeuvre van Hugo Claus is een kosmos, een zonnestelsel met planeten en asteroïden. In zijn werk bestaat het diepzinnige naast het banale, het burleske naast het klassieke.
'Als dan het koperen keteltje vol as', schreef hij, 'van wat ik was wordt leeggeschud over het geduldig gras, mijn lief, sta daar dan niet voor schut en veeg de rimmel van je wangen'. Tot royaal over de boorden van het graf heeft Hugo Claus zijn armen uitgestrekt, bijtijds en genereus, liefhebbend en een tikje plagerig: bij leven reeds bezweerde hij het rouwbeklag. Het gedicht waaruit die regels komen is van twintig jaar terug en het is de moeite waard er nog wat uit te citeren. 'Denk aan de vingers die deze regels schreven', maant hij ons, 'En lach om wat ik was.' Met de glimlach van de zelfspot hem zo eigen somt hij zijn zwakke plekken op – en juist dat is kenmerkend.
...
Hij, de auteur van meer dan honderdvijftig afzonderlijke boekpublicaties, kon als geen ander opsnijden over zijn luiheid. Zo veel had hij geschreven, romans, verhalen, gedichten, toneelstukken, filmscenario's en libretti, dat hij, wanneer men in zijn bijzijn een gedicht van hem citeerde, verrast kon opkijken en kon zeggen: 'Dat komt mij bekend voor, is het van mijzelf?'
Wie hem, binnen enkele uren na zijn dood, denkt te moeten karakteriseren zou hem de menselijkste van de gouden generatie moeten noemen, de generatie grote na-oorlogse auteurs uit de Nederlandse literatuur. Zijn immense oeuvre is een kosmos op zichzelf, een zonnestelsel met grote planeten en kleine asteroïden. Daarin zijn talloze verbanden aan te wijzen, zoals al dat gruis en grut dat rond de zon draait krachten op elkaar uitoefent. Daarin vallen naast felle verschillen diepe verwantschappen op. Het burleske en het klassieke bestaan daarin doodleuk naast elkaar, het diepzinnige en het banale, het virtuoze en het melige. De schepper ervan demonstreerde keer op keer zijn wellustige plezier in het leven en het schrijven. Een tafelaar, een babbelaar, een speler – een gourmand, een charmant en een demiurg, wat andere woorden zijn voor hetzelfde.
...
... Hugo Claus schoot met hagel, hij schreef veel en velerlei, hij schreef als een schepper en als een bezweerder. De liefde en de dood, zij komen ongeveer even frequent voor in zijn literaire universum: scheppen en bezweren.
In het midden daarvan staat de grote roman Het Verdriet van België, epos en tragedie ineen. Het opent als een apocalyptisch gedicht: 'Dondeyne had een van de zeven Verboden Boeken onder zijn schort verstopt en Louis meegelokt. Zij zaten onder de slingerplanten van de grot van Bernadette Soubirous.' Toen het verscheen, een kwarteeuw terug, en vanaf de eerste dag aan zijn opmars begon als één van de belangrijkste boeken van de Nederlandse literatuur van de 20ste eeuw, was duidelijk dat de schrijver een zon in het centrum van zijn oeuvre had geplaatst, kolossaal en koesterend, onweerstaanbaar en meedogenloos. Het is het relaas van de opgekropte ontgoochelingen van een heel volk, verteld bij monde van een kleine jongen die de magie van de wereld niet onttoveren wil. Angst en achterklap vervloeien erin met levenslust en liefde, de meester en de speler zijn beiden present. Wie herinnert zich niet de anekdote van de mater familias die de wc-vloer onder stroom laat zetten omdat haar man om haar te pesten steevast naast de pot pist?
... De grote ambitie van al die vertakkingen van wat in de Franse editie zo fraai le chagrin de Flandres heet, was de frustraties van de oorlog, de kerk en de ontvoogding in kaart brengen, het verhaal van een volk weerspiegeld in het verhaal van een opgroeiende jongen. De kleine ambitie, die misschien veel groter was, de geestelijke architectuur van al die sjoemelaars, ritselaars en sjacheraars schetsen. Het Verdriet van België, de titel werd, vele malen geplagieerd en gemaltraiteerd, een zinnebeeldig begrip op zichzelf, waaruit blijkt hoe diep de waarheid was die Claus had ontrafeld.
...
Men zou haast vergeten dat hij ook de grootste Nederlandstalige toneelschrijver van na de Tweede Wereldoorlog is, met vijfendertig eigen stukken op zijn naam en evenzoveel bewerkingen van klassieken en scenario's. Een Bruid in de Morgen, ruim een halve eeuw oud, veranderde de toon en de taal van het Nederlandse toneel en hield repertoire. Suiker en Vrijdag introduceerden personages die klassieke karakters werden: wij hebben ze door vele acteurs zien belichamen...
Geen schrijver werd zo dikwijls gelauwerd als hij. Maar in Vlaanderen hielden zij niet van hem omdat hij tekeer ging tegen de rooms-katholieke kerk, in Nederland niet omdat hij meer bijvoeglijke naamwoorden gebruikte dan zij daar voor deugdzaam houden...
Behalve romancier, verhalenschrijver, toneelschrijver en scenarist was hij ten slotte schilder, in de stijl van Cobra. Maar het meest van al was hij dichter: zijn debuut was een bundel en de titel daarvan, Registreren, zegt het al. Toen hij, halverwege de 20, zijn fenomenale Oostakkerse gedichten publiceerde, was duidelijk dat hij één van de grootste dichters van de eeuw was – en, nee, het bijvoeglijk naamwoord 'Nederlandse' hoeft daar niet bij. Moordend mooi is de cyclus van zijn oude dagen Nu nog.
... ...
Meest bekroonde auteur in het Nederlandse taalgebied
Hugo Claus is vele jarenlang de gedoodverfde Nederlandstalige kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur geweest. Terwijl hij daar hoge ogen voor heette te gooien, heeft hij hem nooit gekregen. Zijn werk werd echter in talrijke talen vertaald en hij werd de meest bekroonde auteur van het Nederlandse taalgebied. In 1986 kreeg hij de Prijs der Nederlandse Letteren, voor zijn gehele oeuvre; de Belgische staatsprijzen voor proza, poëzie en toneel heeft hij tweemaal gekregen. In 1998 kreeg hij de Aristelon-prijs van de Europese Unie voor De Geruchten. In 2000 de Italiaanse Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het Verdriet van België en in 2002 de Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre. Dat oeuvre is zeer omvangrijk en omvat meer dan zeventig dichtbundels een een vergelijkbaar aantal toneelstukken, vertalingen en bewerkingen van bestaande toneelstukken niet meegerekend.
Gerrit Bartels: Glanz und Kummer von Flandern. Zum Tod des belgischen Autors Hugo Claus. Der Tagesspiegel Nr. 19851, 20./21.3.2008, S. 29
Seine Großmutter nannte ihn gerne zärtlich-besorgt den "Kummer von Flandern". Wegen seines aufsässigen Naturells und seiner Eskapaden als katholischer Internatszögling. Da ahnte sie noch nicht, dass ihr 1929 in Brügge geborener Enkel Hugo Maurice Julien Claus einmal genau das werden würde: ein Querkopf, Nestbeschmutzer und Skandalproduzent, der Belgien durch seine kurze Ehe mit der "Emmanuelle"-Softporno-Darstellerin Sylvia Kristel und durch seine provokativen politischen Auftritte in Aufregung versetzte. Natürlich konnte sie auch nicht ahnen, dass Claus 1983 sein Hauptwerk "Der Kummer von Belgien" betiteln würde, damit viel Staub aufwirbelte und sich zudem die zweischneidige Auszeichnung erwarb, ein ewiger Literaturnobelpreiskandidat zu bleiben.
"Der Kummer von Belgien" lässt sich vergleichen mit Günter Grass' "Blechtrommel". Der mehr als 800 Seiten umfassende Roman ist über die Maßen barock und lebensprall, ein Episodenreigen aus dem Claus nur zu gut bekannten Kleinbürgermilieu, allerdings mit epochalen, weltgeschichtlichen Ansprüchen. Er dreht sich nicht zuletzt um die zwiespältige Rolle Flanderns im Zweiten Weltkrieg. Ein kleiner Junge aus dem flämischen örtchen Walle erlebt staunend, wie sein Vater von der Zerschlagung Belgiens und der Aufnahme Flanderns in den germanischen Bund träumt, um nach Kriegsende die belgische Heimat und ihren König umso überschwänglicher zu preisen.
Doch wie das mit einem Opus magnum so ist: Es überstrahlt viele andere gute Werke eines Autors, und im Fall von Hugo Claus die Tatsache, dass er ein großes Multitalent war. Nachdem er 1946 nach Frankreich ausgerissen war, schlug er sich als Maler durch, werkelte dann in der Künstlergruppe "Cobra" mit, ... schrieb Lyrik, experimentelle Poesie und Theaterstücke. Mit seinem Debütroman "De Mestiers" über eine flämische Bauernfamilie, die sich durch Krieg und Nachkrieg laviert, machte er erstmals ein größeres Publikum auf sich aufmerksam.
So vielseitig Claus war, so intensiv verlegte er sich später auf das immer wieder experimentell und multiperspektivisch gebrochene Prosaschreiben. Allerdings harren viele seiner Romane, die unermüdlich die Bigotterie, Verlogenheit und provinzielle Enge seiner katholisch-ländlich geprägten Heimat anprangern, hierzulande noch ihrer Entdeckung. Erst Kummer von Flandern, dann Flanderns größter Schriftsteller: Bis zu seinem Tod blieb Claus konsequent. Wie es heißt, habe der an Alzheimer erkrankte Schriftsteller ausdauernd um aktive Sterbehilfe gebeten. Gestern ist er 78-jährig in Antwerpen gestorben (durch Euthanasie).
S. auch: Euthanasie bij dementie blijft hachelijk
Neu übersetzt: "Der Kummer von Belgien"
Rolf Spinnler: Unter Frömmlern. Neu übersetzt: "Der Kummer von Belgien", das Meisterwerk des Flamen Hugo Claus. Der Tagesspiegel Nr. 19934, 15.6.2008, S. 23
Manche Autoren haben das Schicksal, ihren Ruhm einem einzigen Werk zu verdanken, auf Kosten aller übrigen Bücher, die sie geschrieben haben. Auch der im März mit knapp 79 Jahren verstorbene Flame Hugo Claus ist vielen ausschließlich als der Verfasser von "Het verdriet van Belgie" bekannt, obwohl sein Werkverzeichnis über 150 Titel umfasst, von denen viele auch bei uns verlegt sind: Romane, Erzählungen, Theaterstücke, übersetzungen und Gedichte, die manche für seine größte Stärke halten. Damit nicht genug: Claus war auch Maler im Umkreis der Cobra-Bewegung, Filmemacher – und wurde zu einer Vaterfigur für die nachfolgende Schriftstellergeneration.
Der Stuttgarter Verlag Klett-Cotta hat jetzt Claus' im niederländischen Original erstmals 1983 publizierten Bestseller in einer neuen Übersetzung von Waltraud Hüsmert vorgelegt. Unter dem neuen, korrekteren Titel "Der Kummer von Belgien" soll sie Johannes Pirons Übertragung aus dem Jahr 1986 ablösen, die damals als "Der Kummer von Flandern" auf den deutschen Markt kam.
Auch wenn Kenner betonen, dass "Der Kummer von Belgien" im Vergleich zu anderen Büchern des Autors, etwa dem 1963 erschienenen Roman "Die Verwunderung", viel konventioneller geschrieben sei, bestätigt Hüsmerts kongeniale Neuübersetzung doch seinen Rang als Meisterwerk. Claus selbst hat ihn als "Familienroman" bezeichnet, aber er ist viel mehr: ein Bildungs-, Gesellschafts- und Schelmenroman, durchzogen von Anspielungen auf die flämische Literatur und sogar auf die Gralslegende.
Der Held ist eine Art Parzival, der in einer schwierigen Zeit seinen Weg in die Erwachsenenwelt finden muss. Die Zeit – das sind die Jahre zwischen 1939 und 1947: Belgien wird von der deutschen Wehrmacht besetzt und die flämischen Sympathisanten der Nazis kollaborieren mit den Okkupanten. Der Ort – das ist die fiktive Kleinstadt Walle in Westflandern und ihre ländliche Umgebung mit ihren Honoratioren und Kleinbürgern, Adligen und Bauern, Priestern und Nonnen. Und mit Louis Seynaeve, dem Sohn eines Druckereibesitzers, für den die Kriegsjahre mit der Lebensphase der Pubertät zusammenfallen. Der Roman gliedert sich in zwei Teile. Seine erste Hälfte handelt von Louis' Leben in einem von katholischen Nonnen geführten Internat, wo der Junge mit einigen Freunden den Geheimbund der "Apostel" gegründet hat. Hier trifft man auf viele klassische Elemente des Internatsromans, wie sie erst jüngst wieder durch "Harry Potter" populär wurden.
Für die Zöglinge der Nonnen, "denen es beschieden war, im Zustand der Verwirrung aufzuwachsen, gefangen in Rätseln, umgeben von Bruchstücken, vexierend unverständlichen, undurchdringlichen Spiegelscherben", ist die Welt voller Geheimnisse. Diesen Romanteil wird der 19-jährige Louis am Ende von "Der Kummer von Belgien" bei einem Literaturwettbewerb einreichen und damit sein Debüt als Schriftsteller geben.
Die zweite, umfangreichere Hälfte des Buchs ist vom Autor als Montage von stilistisch stark variierenden Textpassagen angelegt. Die Bildungsgeschichte des Helden wird immer wieder unterbrochen von Stammtischgerede, mit dem die Kleinbürger von Walle den Verlauf des Kriegs kommentieren, und von privatem Klatsch: Die Mitglieder von Louis' verzweigter Familie hecheln das Liebesleben ihrer Verwandten durch.
Es ist kein schmeichelhaftes Porträt, das der 1929 in Brügge als Sohn eines Druckereibesitzers geborene Hugo Claus in diesem autobiografisch geprägten Roman von seinen Landsleuten zeichnet. "Belgien ist kein Land, sondern ein Zustand", heißt es mehrmals. Da ist eine Gesellschaft von bigotten Frömmlern, Opportunisten, Denunzianten, Maulhelden, Heuchlern und Schwarzhändlern, die auf Juden, Freimaurer, Kommunisten, Franzosen und Engländer schimpfen, aber nach dem Zusammenbruch des Faschismus so tun, als sei nichts gewesen.
Sexualaufklärung findet in dieser Welt nicht statt, so dass Louis nicht weiß, wie er sich helfen soll bei dem "Stachel, der sich unerträglich in seiner Unterhose regte". Der Großvater geht zweimal am Tag zur Messe, hält sich aber neben seiner Angetrauten mehrere Geliebte. Louis’ Mutter hat eine Affäre mit einem deutschen Besatzungsoffizier, auf die sein Vater nicht etwa mit einem Eifersuchtsanfall reagiert, sondern indem er pausenlos Süßigkeiten in sich hineinstopft. Bei diesem Mangel an Vorbildern überrascht es nicht, dass der Sohn zunächst die einmarschierten deutschen Soldaten bewundert und sich ein cooles Hitlerjungenoutfit zulegt.
Erst als Louis im Keller eines Brüsseler Palais von der Gestapo beschlagnahmte "dekadente" Bücher entdeckt hat, merkt er, dass er doch zu sehr "vom internationalen Judentum infiziert war", um den flämischen Nationalismus noch attraktiv zu finden. Nachdem ihn ausgerechnet seine mannstolle Tante zum ersten Sex verführt hat, erkennt er, dass in einer Gesellschaft, in der alle lügen, nur die Übertreibungen der Literatur wahr sind.
Mehr Titel finden Sie im:
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch / Niederländisch - Deutsch - woordenboek Duits - Nederlands / Nederlands - Duits (im Aufbau - in de opbouw)
Zurück zum Seitenanfang
| Inhalt | Lernmaterialien | Vokabeln | Medien | Veranstaltungen, dt., aktuell --- vorbei | Veranstaltungen, NL+B, aktuell --- vorbei | Links | Tandem | Extras | Anhang |
Diese Seite ist Teil der Extraseiten zu niederländischer Literatur und
Diese Seite ist Teil der Extraseiten.
Über weitere Informationen, die ich auf diese Seite stellen kann, würde ich mich freuen: E-Mail an info@infos-fuer-alle.de. Ik ben ook blij als u mij informatie in het Nederlands stuurt.