| Inhalt | Lernmaterialien | Vokabeln | Medien | Veranstaltungen, dt., aktuell --- vorbei | Veranstaltungen, NL+B, aktuell --- vorbei | Links | Tandem | Extras | Anhang |
Nederlands
Informationen zur niederländischen Sprache und Kultur
Stand der Bearbeitung: 18.10.2003
Zuletzt bearbeitet: 25.6.2008
Allgemeen Beschaafd Nederlands - ABN, de taal, bladzijden 13-14. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
Poldernederlands, bladzijden 107-108. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
IJ, bladzijden 159-160. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
Zachte g, bladzijden 161-162. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
Godverdomme, bladzijden 45-46. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
Bond tegen het Vloeken, bladzijden 19-20. Uit: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000
Margreet Vermeulen: Nederlands met 'taalfouten' wordt over tien jaar normaal. de Volkskrant 4 oktober 2003, bladzijde 3
Caspar Janssen: Hun hebben de taal verkwanseld. De onstuitbare opmars van de Cruijff-taal. de Volkskrant 11 oktober 2003, bladzijde R1 (Reflex)
Zie ook het woord van de dag van 10 november 2003: Van der Hoeven tegen taalverloedering.
Zie ook het woord van de dag van 8 november 2003: Jonge politici spreken Vlaams - en wel meer en meer de tussentaal.
Zie ook het woord van de dag van 22 november 2003: Franstalige Belgen kennen Nederlands.
N.N.: Dialecten in Nederland en Vlaanderen. TAALPEIL. De Nederlandse taal: feiten, cijfers en meningen. September 2005, blz. 6
P. Hobma, Niederlande: Anekdote
ANP: Randstedeligen spreken sneller. de Volkskrant, mandag, 6 december 2004, blz. 2
Exkurs in die deutsche Sprache: Kreolisierung des Deutschen
Anmerkung zu Neologismen in der niederländischen Sprache: S. Marten Toonder / Heer Bommel en Tom Poes - Neologismen
Dik Linthout / Übersetzung: Gerd Busse: Vergleich der niederländischen und deutschen Sprache
Hg.: Ministerium von Flandern: Die Sprachgrenze (in Belgien) und ihre Folgen. Broschüre Flandern - Vlaanderen. Im Herzen Europas, S. 11-12
Hg.: Ministerium von Flandern: Niederländisch, eine mittelgroße Sprache. Broschüre Flandern - Vlaanderen. Im Herzen Europas, S. 12
Mieke Zijlmans: Nederlanders in den vreemde verliezen basale delen van hun moedertaal. de Volkskrant, zaterdag 15 september 2007, blz. kennis 5
N.N.: Wat is het grootste woordenboek ter wereld?. TAALPEIL. De Nederlandse taal: feiten, cijfers en meningen. September 2005, blz. 8
Zijlmans: Hollander klept echt rapper dan de Vlaming. de Volkskrant 14 juni 2008, blz. 5 - Spreeksnelheid tussen Nederlanders en Vlamingen
Allgemeen Beschaafd Nederlands - ABN, de taal
Hoewel - eigenlijk is het Allgemeen Beschaafd Nederlands altijd de taal geweest van West-Nederland. Dat werd een paar jaar geleden nog eens duidelijk toen de KLM geen stewardessen met een Oost-Nederlandse tongval bleek aan te nemen. Het ABN was oorspronkelijk een manier van accentloos praten waarmee de spreker duidelijk maakte bij de betere stand te horen. Maar sinds de jaren zestig is het ABN die status aan het verliezen. Steeds minder mensen voelen zich geroepen om zich naar een voor iedereen geldende modeluitspraak te voegen. Intussen blijft de plek waar 'het beste ABN' wordt gesproken, rustig liggen waar hij altijd al lag: in de chique contreien van Bloemendaal en Heemstede. (zie: Poldernederlands).
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: Allgemeen Beschaafd Nederlands - ABN, de taal, bladzijden 13-14
Poldernederlands
Vroeger hadden uitdrukkingen met 'polder' iets primitiefs. 'Diep in de polder' betekende zoveel als: achtergebleven, benepen. 'Polderjongens' waren ongepolijste en niet bijster slimme types. Maar sinds de uitvinding van het poldermodel heeft de polder een geweldige sprong voorwaarts gemaakt. Alles waarin een klein land groot wil zijn, wordt nu van het voorvoegsel 'polder' voorzien. In het buitenland lust men er wel pap van, maar in eigen land is niet iedereen er blij mee. De journalist H.J.A. Hofland bijvoorbeeld ziet in het trotse gebruik van deze polderwoorden uitingen van een nieuw soort arrogantie. Ze roepen bij hem het schrikbeeld op van hossende Hollanders in het buitenland. Over de taal die deze polderhollanders spreken liet Hofland zich niet uit, maar die kennen we uit andere bron. In 1998 heeft namelijk dr J. Stroop, dialectoloog aan de Universiteit van Amsterdam, het Poldernederlands ontdekt. Hij signaleerde een groeiende neiging om tweeklanken als ei, au en ui 'wijd' uit te spreken. Ui wordt au, au wordt auu, ee wordt ei, ei en ij worden aai. Dit Poldernederlands ontpopt zich volgens Stroop als de taal van success, die vooral door ambitieuze jonge vrouwen in wetenschap, politiek en kunst wordt gesproken. 'Het is heil belangraaik dat daar ouk ouvereinstemming ouver komt,' ceteert hij een jonge politica. Haar ouders spraken misschien 'arbeideristiesplat' en solidariseerden zich zodoende, naar de mode van de jaren zestig, met de underdog. Poldernederlands is een volgende stap: niet plat maar eerder casual en zelfbewust. Bij het uitspreken wordt een zo gering mogelijke inspanning geleverd maar wel een hoop 'ruimte' genomen. Zo kun je als succesvolle carrièrevrouw laten zien dat je lak hebt aan je ouders en aan machtige mannen. Maar ook al zijn vrouwen koplopers, de eerste mannen volgen al. Luister maar naar Paul de Leeuw met zijn Blaaif baai maai. (zie: Algemeen Beschaafd Nederlands; IJ)
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: Poldernederlands, bladzijden 107-108
IJ
De ij is de meest verwarrende Nederlandse letter. Hij is bovendien uniek, in andere talen komt ie niet voor. De ij-klank is voor veel buitenlanders moeilijk uitspreekbaar. Zelf weten Nederlanders er ook niet altijd goed raad mee. In woordenboeken en andere alfabetische opsommingen staat de ij soms bij i-j, soms tussen x en z. Komt de ij voor in een achternaam, dan staat hij garant voor problemen. Schrijf de Cruijff nu met puntjes op de ij of met een y-grec? FEM signaleert in 1999 dat de ij het in namen van instanties steeds meer moet afleggen tegen de y. De management-universiteit Nijenrode heet sinds 1999 Nyenrode. Ook de ij van adviesbureau Twijnstra Gudde heeft moeten wijken voor de y. De afkalving van de ij kondigde zich al aan met het verdwijnen van schrijfmachines die van een ij-toets waren voorzien. Dat is de prijs van de mondialisering. Protesten worden niet gehoord. Nederlanders leveren hun ij zonder morren in, net als hun gulden. Als het goed is voor de handel, is het goed. (zie: zachte g)
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: IJ, bladzijden 159-160
Zachte g
Nederlanders staan in het buitenland bekend om hun schrapend harde g. Vooral de 'sch' stelt bezoekers voor problemen. Buitenlanders die onze spraak willen imiteren, barsten steevast los in rochelende keelklanken. In de oorlog maakten verzetsstrijders daarvan gebruik door verdachte figuren het woord 'Scheveningen' te laten uitspreken. Wie dat er niet goed afbracht, was een Duitse spion. De zachte g wordt veel minder met het Nederlands in verband gebracht, en heeft een gezellige maar weinig serieuze reputatie. 'Godverdomme' met een harde g is oer-Hollands, met een aandoenlijke verzuchting. In feite spreekt een meerderheid van de Nederlanders echter met een zachte g. Niet alleen in Limburg en Brabant is de g zacht, maar ook in grote delen van Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Zeeland wordt de g als h uitgesproken, zachter kan niet. Dat de zachte g niet tot nationale norm is verheven, is dus een blijk van discriminatie door de Randstedelingen. (zie: godverdomme; IJ)
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: Zachte g, bladzijden 161-162
Godverdomme
De Nederlandse taal is een van de weinige ter wereld die door buitenlanders onmiddelijk in verband wordt gebracht met een verwensing. Het gvd ontleent zijn populariteit niet alleen aan de kracht van de boodschap, maar ook aan de schrapende g in het begin. In Nederland prijkt 'godverdomme' nog steeds fier boven aan de vloeken-toptien. Toch zit er dik in dat het gvd zijn koppositie binnenkort zal verliezen. Jongeren hebben met God weinig meer op. Waarom zou iemand aanroepen, in positieve of negative zin, die je helemaal niet kent? De Bond tegen het Vloeken kreeg in 1998 al minder klachten dan in de jaren daarvoor. Maar of de Bond daar nu zo blij mee is? (zie: Bond tegen het Vloeken; zachte g)
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: Godverdomme, bladzijden 45-46
Bond tegen het Vloeken
Welke Nederlander heeft nooit het gevoel gehad door de Bond tegen het Vloeken op de vingers te worden getikt? 'Trein gemist? Vloek niet!' Uitgerekend op stations, waar de aandrang om Gods naam te misbruiken vaak niet te beheersen valt, is de Bond alom aanwezig. Als de reclameborden op stations leeg dreigen te raken, schijnt de NS Nederlandse Spoorwegendeze zelfs gratis aan de Bond aan te bieden. De ruim tienduizend leden tellende Bond, in 1917 opgericht door de gereformeerde kantoorbediende J. Baas uit Den Helder, is een exclusief Nederlands verschijnsel. Nergens ter wereld heeft het derde gebod, 'Gij zult Gods naam niet ijdel gebruiken', tot een aparte belangorganisatie geleid. Logisch, meent de Bond, want nergens wordt zo hartgrondig en veelvuldig gevloekt als in Nederland. Wat ook weer vreemd is, want blijkens de statistieken behoren de Nederlanders tot de gelukkigste volken ter wereld. (zie: godverdomme)
Bron: Herman Vuisje en Jos van der Lans m.m.v. Martha Bakker: Typisch Nederlands. Vademecum van de Nederlandse identiteit. Uitgeverij Contact Amsterdam / Antwerpen. 2000: Bond tegen het Vloeken, bladzijden 19-20
Nederlands met 'taalfouten' wordt over tien jaar normaal
Vokabeln: deutsch-niederländisch
Hun hebben. Groter als. Het boek wat ik lees. U gruwt ervan? U kunt er maar beter aan wennen. Want binnen tien jaar is die goedgekeurd standaardnederlands.
Dat voorspelt Hans Bennis, bijzonder hoogleraar taalvariatie van het Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en directeur van het Meertens Instituut, beter bekend als Het Bureau uit de gelijknamige werk van Voskuil.
Bennis deed zijn voorspelling op het congres 'Waar gaat het Nederlands naar toe'. En vrijwel alle taalkundigen vielen hem bij.
'Bij het Journaal hoor je de nieuwslezers dat nog niet zeggen. Maar dat gaat veranderen', meent Joop van der Horst, hoogleraar historische taalkunde aan de universiteit van Leuven. 'Ik schat dat het vijftien jaar duurt voordat die constructies tot het officiële taalgebruik behoren.'
De taal is dynamisch, zo onderstrepen de taalkundigen... Fred Weerman, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de universiteit van Amsterdam, geeft ons Nederlanders tot hooguit 2010 de tijd om te wennen aan de volgende constructie: een mooie verhaal. Het is toch ook een mooie vrouw en een grote man.
Waarom dan opeens een mooi verhaal? Of een groot huis?... Maar allochtone kinderen? Die leren deze uitzondering op de regel nooit.' (Weerman)
In de Randstad is meer dan de helft van de kinderen allochtoon. En zij bouwen ook mee aan het Nederlands van de toekomst. 'Dit taalgebruik zal zich heel snel verspreiden', meent Weerman. 'Uit onderzoek blijkt dat witte kinderen op zwarte scholen zwart Nederlands spreken.'
Een speciaal ingestelde commissie van de Nederlandse Taalunie (waarin België en Nederland samenwerken) heeft inmiddels voorgesteld om het Algemeen Nederlands om de zoveel jaar aan te passen als het dagelijks taalgebruik gaat afwijken van wat als Algemeen Nederlands geldt.
Het advies is inmiddels overgenomen door de Raad voor de Nederlandse Taal en Letterkunde en wordt nu voorgelegd aan de ministers van Onderwijs en Cultuur in Nederland en België.
Dus als TV-presentatoren, Tweede Kamerleden en leraren straks in navolging van Johan Cruijff massaal spreken over de man wie de bal heeft, dan wordt het vanzelf Algemeen (Beschaafd) Nederlands.
Bron: Margreet Vermeulen: Nederlands met 'taalfouten' wordt over tien jaar normaal. de Volkskrant 4 oktober 2003, bladzijde 3
Hun hebben de taal verkwanseld
Vokabeln: deutsch-niederländisch
Over vijftien jaar is 'hun hebben' correct taalgebruik, menen sommige taalkundigen. Dat is ook niet erg: taal is immers geen museum. Anderen hekelen deze 'laat-maar-waaien-mentaliteit'. De wetenschap moet ten strijde trekken tegen de 'Hunnen' die het Nederlands vervuilen.
Bron:
Caspar Janssen: Hun hebben de taal verkwanseld. De onstuitbare opmars van de Cruijff-taal. de Volkskrant 11 oktober 2003, bladzijde R1 (Reflex)
Verdere informaties:
Zie ook het woord van de dag van 10 november 2003: Van der Hoeven tegen taalverloedering.
Zie ook het woord van de dag van 22 november 2003: Franstalige Belgen kennen Nederlands.
Zie ook het woord van de dag van 8 november 2003: Jonge politici spreken Vlaams - en wel meer en meer de tussentaal.
Zie ook Verbreitung der Sprache.
Dialecten in Nederland en Vlaanderen.
Deskundigen onderscheiden 28 dialecten, die ze grofweg indelen in vijf groepen: het Hollands, het West-Vlaams en Zeeuws, het Oost-Vlaams en Brabants, het Limburgs, het Nedersaksisch.
Het Vries wordt als een aparte taal beschouwd.
In Vlaanderen spreken nog heel veel mensen thuis dialect.
Voor Nederland is dat niet precies bekend. Men gaat ervan uit dat in Friesland, Limburg en delen van Zeeland nog ongeveer 70 procent van de inwoners een dialect spreken. In Groningen, Drenthe en Overijssel ligt dat rond de 55 procent. In de rest van Nederland is dat beduidend minder.
...
Anekdote, erzählt am 21.2.2004 von P. Hobma, Niederlande
Im letzten Jahr wurden 50% der Toten in den Niederlanden eingeäschert (gecremeerd). Die meisten Städte haben ja auch ein "crematorium".
Ein anderes, weniger übliches Wort für "crematie", Einäscherung, ist: verassing.
Da der Unterricht in Rechtschreibung in den letzten 30 Jahren nachgelassen hat, werden hierzulande viele, viele Fehler gemacht. Eines Tages sah ich an einem der besten Hotels in der Nähe ein Werbeschild: CULINAIRE VERASSING!! SPECIAAL MENU VOOR GROEPEN VANAF 20 PERSONEN: INLICHTINGEN BIJ DE DIRECTIE! Sie werden jetzt verstehen, daß ein "R" (Einäscherung statt Überraschung) fehlte. Man war so frech, die Lokalzeitung anzurufen. Zwei Tage später stand es mit Foto in der Zeitung. Der Zeitungskommentar hieß etwa: Der Koch habe es diesmal wohl sehr dunkelbraun gebraten....
Noch am selben Abend war das Werbeschild weg. Die Werbeagentur des Hotels hatte wohl einiges zu erklären....
Wir kennen eine satirische Fernsehsendung, "Ook dat nog", die jahrelang Schreibfehler dieser Art in komischer Weise ins Bild gebracht hat. Es gibt diese Sendung immer noch (momentan sonntagsabends). In nachgespielten Szenen wird mit dem Beamtentum, Firmen mit mangelhaftem Service usw. Spott getrieben. Manchmal sehr effektiv: Die Betriebe haben Angst davor!
Anmerkung: Die Sendung "Ook dat nog", hat im Juni 2004 endgültig Schluß gemacht und existiert nicht mehr.
Exkurs: Auch im Deutschen wird die Sprache verhunzt. Dazu ein Leserbrief zu einem Aprilscherz:
Neuköllnisch lernen ist sinnvoll. Der Tagesspiegel Nr. 19512, 8.4.2007, S. 16
"Neuköllnisch als Unterrichtsfach – ein Modellversuch birgt neue Chancen" von Bernd Matthies vom 1. April
Ihr Artikel spielt auf ängste an, das „gebrochene Deutsch“ jugendlicher Migranten würde Eingang in die Sprache der Mehrheitsbevölkerung finden. Der Artikel ist zwar nur als Aprilscherz gemeint... Ängste jedoch in der öffentlichen Diskussion... das beschriebene "Neuköllnisch" – von Jugendlichen auch als "Kiezdeutsch" bezeichnet – ...
Zum einen handelt es sich nicht um eine allein "von Jugendlichen mit Migrationshintergrund entwickelte Verkehrssprache", sondern um eine Jugendsprache, die sich gerade in gemischten Gruppen Jugendlicher deutscher und nichtdeutscher Herkunft entwickelt hat (man spricht daher auch von einem "Multiethnolekt" oder "Panethnolekt").
Zum anderen ist Kiezdeutsch/Neuköllnisch keine grammatisch reduzierte "Kunstsprache", die sich in ritualisierten Drohgebärden erschöpft, wie sie der Artikel karikaturhaft darstellt. Hier ist vielmehr eine Varietät entstanden, in der sich neue sprachliche Formen entwickeln. Wir finden nicht nur bloße Vereinfachung, sondern den produktiven Ausbau grammatischer Optionen des Deutschen. So konnte im Standarddeutschen etwa eine Partikel wie bitte aus der Verbform "(ich) bitte" entstehen, z. B. in "Bitte aussteigen". In Kiezdeutsch enstehen auf ganz ähnliche Weise neue Partikeln, etwa lassma (aus "lass (uns) mal") zur Einleitung von Vorschlägen, z. B. in "Lassma aussteigen".
Es kann daher durchaus sinnvoll sein, diese Jugendsprache in den Deutschunterricht zu integrieren, dies jedoch gerade nicht, um sie als "Zweitsprache" zu unterrichten, sondern um Jugendlichen grammatische Themen an interessanten Fallbeispielen näherzubringen und ihnen damit einen geeigneten Zugang zu grammatischen Aspekten des Standarddeutschen zu bieten, das für die Teilhabe an der Mehrheitsgesellschaft ja wesentlich ist.
Prof. Dr. Heike Wiese, Lehrstuhl für Deutsche Sprache der Gegenwart, Universität Potsdam, und Fritz Tangermann, Senatsverwaltung für Bildung, Wissenschaft und Forschung, Berlin
ANP: Randstedeligen spreken sneller. de Volkskrant, mandag, 6 december 2004, blz. 2
Bewoners van de Randstad spreken sneller dan mensen elders in Nederland. Sprekers uit de Randstad produceren gemiddeld 5,42 lettergrepen per seconde. In Groningen/Drenthe bedraagt het aantal lettergrepen per seconde 4,96, in Zuid-Gelderland 4,96 en in Limburg 4,89.
... taalwetenschappers van de Universiteit van Antwerpen vaastgesteld. De wetenschappers onderzochten de gesprekken van 160 leraren uit Nederland en Vlaanderen.
Kreolisierung des Deutschen
Quelle:
Leserbrief von Prof. Dr. Uwe Hinrichs, Institut für Slawistik der Universität Leipzig: Deutsche Sprache wird "kreolisiert". Der Tagesspiegel Nr. 18679, 5.12.2004, S. 16
"Was kann der Genitiv dafür, daß er so schwer ist?" vom 28. November 2004
Das Verschwinden des Genitivs aus der öffentlichen Sprache ist nur die Spitze des Eisbergs...
Im Zentrum steht der Umbau der Deklination insgesamt und der Ersatz der Fälle durch Präpositionen...
Ursachen für die zunehmende "Kreolisierung" des Deutschen sind kulturelle Vermischung, weit verbreitete Mehrsprachigkeiten, Prestige des Englischen und eine immer stärkere gegenseitige Durchdringung von Hochsprache, Umgangssprache, Dialekt und Slang.
Vergleich der niederländischen und deutschen Sprache
Dik Linthout / Übersetzung: Gerd Busse: Von Gepäckspannbändern und schuifpuien - Bemerkungen zum Verhältnis der deutschen und niederländischen Sprache, siehe:
http://www.linthout.nl/lesungenVoorbeeld.html
Originalartikel:
http://www.zonja.eu/linthout/?page=Lezingen&subpage=Voorbeeld:%20Uitspraak
Hg.: Ministerium von Flandern: Die Sprachgrenze (in Belgien) und ihre Folgen. Broschüre Flandern - Vlaanderen. Im Herzen Europas, S. 11-12
In Flandern spricht man Niederländisch, also nicht Französisch, und auch nicht eine nicht bestehende Sprache wie Belgisch oder Flämisch. Niederländisch ist eine mittelgroße germanische Sprache, die mit dem Englischen, dem Deutschen, dem Dänischen und dem Schwedischen verwandt ist. Die Südgrenze Flandern ist ein Teil der großen europäischen Grenze, die den germanischen Norden vom romanischen Süden trennt. Nördlich dieser Grenze, d.h. in Flandern, wird Niederländisch gesprochen, eine germanische Sprache, südlich davon spricht man Französisch, eine romanische Sprache. Brüssel, das etwas nördlich der Sprachgrenze liegt, ist zweisprachig.
Die Sprachgrenze ist mindestens fünfzehn Jahrhunderte alt. Während sehr langer Zeit spielte sie keine politische Rolle. Ein hermetisch geschlossener Vorhang ist sie nie gewesen, vielmehr war sie ein Bereich gegenseitiger kultureller Beeinflussung. In der Grafschaft Flandern sprach das Volk Niederländisch, die herrschende Elite dagegen sowohl Niederländisch als auch Französisch. In dem jungen Belgien, das 1830 ein unabhängiger Staat geworden war, wurde Französisch die offizielle Amtssprache, die Sprache der Verwaltung, des Gerichts und des Unterrichts. Diese Regelung galt auch für Flandern. Wer den Sekundarunterricht absolvieren wollte, konnte dies nur in französicher Sprache.
Noch Anfang dieses Jahrhunderts wurden die Flamen in einer Sprache verwaltet, die viele von ihnen nicht verstanden. Unter dem Druck flämischer Intellektueller und Politiker verabschiedete das belgische Parlament zwischen 1932 und 1963 mehrere Gesetze, durch die Niederländisch die einzige Amtssprache in Flandern wurde. Wallonien blieb einsprachig französisch, und Brüssel wurde eine zweisprachige Stadt. Was als Sprach- und Kulturkampf angefangen hatte, führte schließlich zu einer sozialen und politischen Bewegung. Seit dem Ende der sechziger Jahre wurde der Einheitsstaat Belgien allmählich zu einem föderalen Staat umgebaut. Flandern erhielt zuerst kulturelle und später auch politische Autonomie.
Mehr zu den politischen Folgen der Sprachgrenze: Belgischer Föderalismus - Belgisch federalisme
Hg.: Ministerium von Flandern: Niederländisch, eine mittelgroße Sprache. Broschüre Flandern - Vlaanderen. Im Herzen Europas, S. 12
Im Teilstaat Flandern und im Königreich der Niederlande sprechen insgesamt 21 Millionen Menschen Niederländisch. Damit ist das Niederländische die drittgrößte germanische Sprache Europas, nach dem Englischen und dem Deutschen. In der Europäischen Union ist Niederländisch eine mittelgroße Sprache.
Es wird manchmal behauptet, die Briten und die Amerikaner würden durch dieselbe Sprache getrennt. Dies möchten die Flamen und die Niederländer allerdings vermeiden. Damit das Niederländische in den beiden Ländern ein und dieselbe Sprache bleibt, wurde 1980 die Niederländische Sprachunion gegründet. Ihre Aufgabe ist zusätzlich die Stellung des Niederländischen in Europa zu verstärken. Alle Entscheidungen in bezug auf die niederländische Sprache werden von den Parlamenten der Niederlande und Flandern gemeinsam getroffen. Flandern und die Niederlande verwenden daher dieselbe Rechtschreibung und Grammatik.
...
Mieke Zijlmans: Emigranten. Nederlanders in den vreemde verliezen basale delen van hun moedertaal. Een klein raam heet in Canada een raamtje. de Volkskrant, zaterdag 15 september 2007, blz. kennis 5
Nederlandse emigranten in Canada verliezen de lastigste delen van hun moedertal het eerst, blijkt uit een studie. Ze schamen zich wel voor hun taalfouten.
Weinig dingen klinken zo raar als een geboren Nederlander die beroerd Nederlands spreekt. Toch hoor je ze in tv-programma's over emigranten: oudere mensen met een zwaar buitenlands accent, die bovendien krom Nederlands spreken. Dat lijkt onvoorstelbaar: je moedertaal, die vergeet je toch niet? Stellen die mensen zich aan, of zijn ze echt basale elementen van hun eigen taal vergeten?
Mereld Keijzer reisde naar Canada en verbleef er tussen geëmigreerde Nederlanders in het stadje London, ten zuiden van Toronto... Ze polste 45 emigranten. Mensen die nu minimaal twintig jaar in Canada verblijven, en ten minste vijftien jaar oud waren toen ze uit Nederland vertrokken...
De gemiddelde leeftijd van Keijzers emigranten is 62 jaar. Met hen heeft ze reeksen taaltestjes gedaan, om te kijken welke vaardigheden ze nog wel beheersen en welke niet meer. Om te controleren wat normaal is voor de Nederlander, heeft Keijzer een even oude controlegroep van niet-geëemigreerden getest, en een groep Nederlandse kinderen.
Karakteristiek voor het Nederlands zijn zaken als de vervoeging van sterke werkwoorden: helpen-hielp-geholpen. Verkleinwoorden: raam-raampje. Meervoudsvormen: vlag-vlaggen. Die kennis brokkelt af, zo blijkt. De verleden tijd van helpen is helpte, volgens de Canadezen. Het verkleinwoord voor raam is raamtje: de -pje-uitgang is uit het geheugen verdwenen. En het meervoud van vlag is vlags. Die laatste is opmerkelijk: Keijzer nam onmiddelijk aan dat het hier ging om een verengelste meervoudsvorm: flag-flags.
Maar het controlegroep van Nederlandse kinderen blijkt in alle gevallen dezelfde fouten te maken. Inderdaad: veel kinderen vinden vlags het meervoud van vlag. Ook kinderen worstelen met de vervoeging van sterke werkwoorden. En ze maken een potje van verkleinwoorden.
Ook op het gebied van de grammatica verliezen emigranten vaardigheden. De Engelse volgorde van de zinsdelen verdringt de Nederlandse: en dan zij kookt een maaltijd, tekent Keijzer op. De letterlijke vertaling van: and then she cooks a meal. Deze fout maken Nederlandse kinderen niet.
'De elementen van hun moedertaal die Nederlandse kinderen als laatste leren, blijken de volwassenen emigranten als eerste te verliezen, stelt Keijzer. Relatief moelijk zijn passieve zinnen: 'Jan wordt geslagen door zijn vrouw'. Kinderen zijn al een jaar of tien voordat ze deze constructie beheersen. Het is het eerste grammaticale hoogstandje dat emigranten vergeten.
Ook ontkenningen zijn lastig: waar in de zin hoort die ontkenning te staan? Meervoudsvormen zijn relatief makkelijk: deze vaardigheid houden emigranten ook relatief lang.
Opmerkelijk is dat 50 procent van deze Canadezen wel degelijk geregeld Nederlands spreekt. Net met Canadese Nederlanders, die praten Engels onder elkaar. Nee, ze telefoneren met bekenden in Nederland. Dat ze een accent hebben en fouten maken, daar schamen ze zich een beetje voor. Maar ze kunnen er niks aan doen, concludeert Keijzer: ze zijn daadwerkelijk hun moedertaal een beetje verleerd.
Vokabelsuche im Wörterbuch Deutsch-Niederländisch / Niederländisch - Deutsch - woordenboek Duits - Nederlands / Nederlands - Duits (im Aufbau - in de opbouw)
N.N.: Wat is het grootste woordenboek ter wereld?. TAALPEIL. De Nederlandse taal: feiten, cijfers en meningen. September 2005, blz. 8
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, is het grootste woordenboek ter wereld. Het telt 43 banden.
Er is alles bij elkaar 150 jaar aan gewerkt. Het woordenboek beschrijft de Nederlandse woordenschat van omstreeks 1500 tot 1976. Het WNT bevat 350.000 à 400.000 woorden.
Andere mammoetwoordenboeken zijn de Oxford English Dictionary (eerste druk tien, tweede druk twintig delen) en het Deutsches Wörterbuch (32 banden).
Spreeksnelheid tussen Nederlanders en Vlamingen
Spreken. Nieuwe analyses Corpus Nederlandse taal toont verschillen naar nationaliteit, sekse en leeftijd
Mieke Zijlmans: Hollander klept echt rapper dan de Vlaming. de Volkskrant 14 juni 2008, blz. 5
Precisiemetingen laten zien wat taalkundigen al wisten: de Zuiderburen praten minder snel dan wij. Vraag blijft waarom.
Hoor hoe premier Balkenende praat. Luister vervolgens naar het spreektempo van zijn Belgische ambtsgenoot Leterme. Balkenende struikelt ongeveer over zijn tong, terwijl Leterme rustig de tijd neemt om de woorden uit te spreken.
Beide bewindslieden zijn illustratief voor hun landgenoten: Nederlanders spreken gemiddeld sneller dan Vlamingen. Dat is de conclusie van een onderzoek van de Utrechtse taalkundige Hugo Quené. Hij verbeterde hiermee het werk van zijn Vlaamse collega's Jo Verhoeven, Guy De Pauw en Hanne Kloots, taalkundigen aan de Antwerpse universiteit. Zij rondden in 2004 een soortgelijk onderzoek af. De Vlamingen concludeerden ook dat Nederlanders sneller spreken. Maar hun bewijsvoering rammelde.
Hun meetmethode was onvolledig, formuleert Quené het liever. Bovendien ontdekte hin verscheidene opmerkelijke verschillen tussen sprekers. Ook sekse en leeftijd blijken bepalend te zijn voor spreeksnelheid. Quené publiceerde zijn onderzoek erder dit jaar [2008] in The Journal of the Acoustical Society of America en voor het Nederlandse publiek opnieuw in het juni-nummer van Onze Taal.
Object van onderzoek is het Corpus Gesproken Nederlands, een databank van de Taalunie. Daarin is geprobeerd de hedendaagse spreektal zo volledig mogelijk vast te leggen, onder meer door 38 uur spraak op te nemen van tachtig Nederlandse en tachtig Vlaamse leerkrachten.
Die spraak is vervolgens minutieus uitgeschreven, de spreektaal volgend. Mensen spreken niet elke lettergroep helemaal uit, veel klanken worden samengetrokken of afgebroken. Dan worden bijvoorbeeld de vijf lettergroepen van 'in het onderwijs' samengetrokken tot vier: 'in-tonderwijs'.
... ... ...
... Het Corpus bevat zo in totaal 52.975 frasen in de 38 opgenomen uren.
...
Zo komt hij uit op opmerkelijke verschillen in spreeksnelheid tussen Nederlanders en Vlamingen. De gemiddelde Nederlandse lettergroep duurt 213 milliseconden, de gemiddelde Vlaamse 263 milliseconden. Dat is maar liefst 25 procent trager. En ongeacht op Quené frasen bekeek van vier, acht, tien of twaalf lettergrepen, hij kwam steeds uit op deze zelfde spreeksnelheden.
Eenmaal aan het tekenen, was de taalkundige benieuwd wat de uitkomsten zouden zijn wanneer hij andere eigenschappen van de opgenomen sprekers zou laten meewegen dan alleen hun nationaliteit. Daarom voerde hij per spreker ook de sekse in, en vervolgens de leeftijd. Daaruit rolden opmerkelijke resultaten. In tegenstelling tot de alledaagse indruk, spreken mannen sneller dan vrouwen. En jongeren spreken sneller dan ouderen.
En een verklaring voor de verschillen in spreeksnelheid? In elk geval is ook al gebleken dat Franstalige Canadezen langzamer praten dan Fransen in Frankrijk. Mogelijkerwijs heeft het verschil dus te maken met het meer of minder vanzelfsprekend zijn van een moedertaal in een land. Maar dat durft Quené niet met zekerheid te zeggen.
Zurück zum Seitenanfang
| Inhalt | Lernmaterialien | Vokabeln | Medien | Veranstaltungen, dt., aktuell --- vorbei | Veranstaltungen, NL+B, aktuell --- vorbei | Links | Tandem | Extras | Anhang |
Diese Seite ist Teil der Extraseiten zur niederländischen Sprache.
Über weitere Informationen, die ich auf diese Seite stellen kann, würde ich mich freuen: E-Mail an info@infos-fuer-alle.de. Ik ben ook blij als u mij informatie in het Nederlands stuurt.